Duits voor op reis: belangrijke zinnen voor hotel, restaurant en vervoer
Leer praktische Duitse zinnen voor op reis, met handige voorbeelden voor hotel, restaurant, vervoer en dagelijkse situaties in Duitsland, Oostenrijk of Zwitserland.
Als je naar Duitsland, Oostenrijk of Zwitserland reist, hoef je niet meteen perfect Duits te spreken. Met een paar goede basiszinnen kom je al heel ver. Je kunt inchecken in een hotel, eten bestellen in een restaurant, een treinkaartje kopen of om hulp vragen als je iets niet begrijpt.
Voor Nederlandstaligen is Duits vaak goed te volgen, maar spreken voelt soms lastiger. Daarom is het slim om vaste zinnen te leren. Die kun je direct gebruiken zonder lang na te denken over grammatica.
In dit artikel leer je praktische Duitse zinnen voor hotel, restaurant, vervoer en handige situaties onderweg.
Basiszinnen voor elke reis
Begin met een paar beleefde zinnen die je bijna overal kunt gebruiken.
Guten Tag.
Goedendag.
Hallo.
Hallo.
Bitte.
Alstublieft / alsjeblieft.
Danke.
Dank u / dank je.
Vielen Dank.
Hartelijk dank.
Entschuldigung.
Sorry / neem me niet kwalijk.
Kein Problem.
Geen probleem.
Ja, bitte.
Ja, graag.
Nein, danke.
Nee, dank u.
Vooral bitte, danke en Entschuldigung zijn belangrijk. Ze maken je Duits meteen beleefder en natuurlijker.
Zeggen dat je niet goed Duits spreekt
Als je Duits nog niet vloeiend is, kun je dat gewoon zeggen. De meeste mensen waarderen het als je het probeert.
Ich spreche nur ein bisschen Deutsch.
Ik spreek maar een beetje Duits.
Ich lerne Deutsch.
Ik leer Duits.
Können Sie bitte langsamer sprechen?
Kunt u alstublieft langzamer spreken?
Können Sie das bitte wiederholen?
Kunt u dat alstublieft herhalen?
Ich verstehe das nicht ganz.
Ik begrijp dat niet helemaal.
Sprechen Sie Englisch?
Spreekt u Engels?
Let op: in formele situaties gebruik je Sie. Dat is de beleefde vorm van u.
Inchecken in een hotel
Bij aankomst in een hotel heb je vaak maar een paar zinnen nodig. Je noemt je reservering, je naam en eventueel je paspoort of identiteitsbewijs.
Guten Tag, ich habe eine Reservierung.
Goedendag, ik heb een reservering.
Ich möchte einchecken.
Ik wil graag inchecken.
Die Reservierung ist auf den Namen …
De reservering staat op naam van …
Hier ist mein Ausweis.
Hier is mijn identiteitsbewijs.
Hier ist mein Reisepass.
Hier is mijn paspoort.
Wann ist der Check-out?
Wanneer is de check-out?
Ist das Frühstück inklusive?
Is het ontbijt inbegrepen?
Um wie viel Uhr gibt es Frühstück?
Hoe laat is er ontbijt?
Een handige zin is:
Könnten Sie mir bitte helfen?
Kunt u mij alstublieft helpen?
Die kun je in bijna elke hotelsituatie gebruiken.
Problemen in het hotel uitleggen
Soms werkt iets niet in de kamer. Dan is het handig om kort en duidelijk te zeggen wat er aan de hand is.
Das WLAN funktioniert nicht.
De wifi werkt niet.
Die Heizung funktioniert nicht.
De verwarming werkt niet.
Die Klimaanlage funktioniert nicht.
De airco werkt niet.
Es gibt kein warmes Wasser.
Er is geen warm water.
Der Schlüssel funktioniert nicht.
De sleutel werkt niet.
Das Zimmer ist nicht sauber.
De kamer is niet schoon.
Können Sie jemanden schicken?
Kunt u iemand sturen?
Kann ich ein anderes Zimmer bekommen?
Kan ik een andere kamer krijgen?
Let op het woord funktioniert. Dat betekent werkt. Het is heel handig in praktische situaties.
In een restaurant
In een restaurant kun je met een paar standaardzinnen eten bestellen, iets vragen en betalen.
Einen Tisch für zwei Personen, bitte.
Een tafel voor twee personen, alstublieft.
Haben Sie einen Tisch frei?
Heeft u een tafel vrij?
Die Speisekarte, bitte.
De menukaart, alstublieft.
Ich hätte gern …
Ik zou graag … willen.
Ich nehme …
Ik neem …
Was empfehlen Sie?
Wat raadt u aan?
Ist das vegetarisch?
Is dat vegetarisch?
Ist das scharf?
Is dat pittig?
Ohne Zwiebeln, bitte.
Zonder uien, alstublieft.
Ein Wasser, bitte.
Een water, alstublieft.
Einen Kaffee, bitte.
Een koffie, alstublieft.
De zin Ich hätte gern… klinkt vriendelijker dan Ich will…. In restaurants is dat meestal de beste keuze.
Betalen in een restaurant
Als je klaar bent met eten, kun je eenvoudig om de rekening vragen.
Die Rechnung, bitte.
De rekening, alstublieft.
Kann ich bitte bezahlen?
Kan ik alstublieft betalen?
Kann ich mit Karte bezahlen?
Kan ik met kaart betalen?
Kann ich bar bezahlen?
Kan ik contant betalen?
Stimmt so.
Laat de rest maar zitten.
Getrennt oder zusammen?
Apart of samen?
Als de ober vraagt Getrennt oder zusammen?, bedoelt hij of jullie apart of samen willen betalen.
Antwoorden:
Zusammen, bitte.
Samen, alstublieft.
Getrennt, bitte.
Apart, alstublieft.
Reizen met trein, bus of tram
Voor vervoer zijn vooral woorden zoals Bahnhof, Zug, Bus, Straßenbahn en Fahrkarte belangrijk.
Wo ist der Bahnhof?
Waar is het station?
Wo ist die nächste Bushaltestelle?
Waar is de dichtstbijzijnde bushalte?
Wann fährt der nächste Zug?
Wanneer vertrekt de volgende trein?
Wann fährt der nächste Bus?
Wanneer vertrekt de volgende bus?
Welcher Zug fährt nach Berlin?
Welke trein gaat naar Berlijn?
Fährt dieser Zug nach München?
Gaat deze trein naar München?
Muss ich umsteigen?
Moet ik overstappen?
Wo muss ich aussteigen?
Waar moet ik uitstappen?
Ist dieser Platz frei?
Is deze plek vrij?
Let op het verschil tussen einsteigen, aussteigen en umsteigen:
einsteigen = instappen
aussteigen = uitstappen
umsteigen = overstappen
Een kaartje kopen
Als je een kaartje wilt kopen, gebruik je vaak Fahrkarte of Ticket. Beide worden begrepen.
Eine Fahrkarte nach Köln, bitte.
Een kaartje naar Keulen, alstublieft.
Ein Ticket nach Hamburg, bitte.
Een ticket naar Hamburg, alstublieft.
Hin und zurück, bitte.
Heen en terug, alstublieft.
Nur hin, bitte.
Alleen heen, alstublieft.
Wie viel kostet das Ticket?
Hoeveel kost het ticket?
Gibt es eine günstigere Verbindung?
Is er een goedkopere verbinding?
Von welchem Gleis fährt der Zug?
Vanaf welk perron vertrekt de trein?
Der Zug fährt von Gleis drei.
De trein vertrekt vanaf perron drie.
Het woord Gleis betekent spoor of perron bij de trein.
De weg vragen
Als je in een stad loopt, zijn deze zinnen handig.
Entschuldigung, wo ist …?
Pardon, waar is …?
Wie komme ich zum Bahnhof?
Hoe kom ik bij het station?
Wie komme ich zum Hotel?
Hoe kom ik bij het hotel?
Ist es weit von hier?
Is het ver hiervandaan?
Kann ich zu Fuß gehen?
Kan ik lopen?
Muss ich den Bus nehmen?
Moet ik de bus nemen?
Gehen Sie geradeaus.
Ga rechtdoor.
Biegen Sie links ab.
Sla linksaf.
Biegen Sie rechts ab.
Sla rechtsaf.
Es ist auf der linken Seite.
Het is aan de linkerkant.
Es ist auf der rechten Seite.
Het is aan de rechterkant.
Als je het antwoord niet helemaal begrijpt, kun je zeggen:
Können Sie das bitte aufschreiben?
Kunt u dat alstublieft opschrijven?
Handige woorden voor onderweg
Deze woorden kom je vaak tegen op borden, tickets en in stations.
Eingang
ingang
Ausgang
uitgang
Ankunft
aankomst
Abfahrt
vertrek
Verspätung
vertraging
Gleis
spoor / perron
Haltestelle
halte
Fahrplan
dienstregeling
Reservierung
reservering
Rechnung
rekening
Karte
kaart / betaalkaart
Bargeld
contant geld
Als je deze woorden herkent, wordt reizen in een Duitstalig land veel makkelijker.
Veelgemaakte fouten
Een veelgemaakte fout is te direct bestellen met ich will.
Minder netjes:
Ich will Kaffee.
Beter:
Ich hätte gern einen Kaffee.
Ik wil graag een koffie.
Of:
Einen Kaffee, bitte.
Een koffie, alstublieft.
Een andere fout is du gebruiken tegen personeel of onbekenden. In hotels, restaurants en stations gebruik je meestal Sie.
Niet ideaal:
Kannst du mir helfen?
Beter:
Können Sie mir bitte helfen?
Kunt u mij alstublieft helpen?
Ook verwarren beginners vaak nach en zu.
Ich fahre nach Berlin.
Ik ga naar Berlijn.
Ich gehe zum Bahnhof.
Ik ga naar het station.
Bij steden gebruik je meestal nach. Bij plekken zoals station, dokter of werk gebruik je vaak zu.
Praktische oefening
Vertaal de zinnen naar het Duits.
- Ik heb een reservering.
- De rekening, alstublieft.
- Waar is het station?
- Kan ik met kaart betalen?
- Wanneer vertrekt de volgende trein?
- Ik spreek maar een beetje Duits.
Antwoorden:
- Ich habe eine Reservierung.
- Die Rechnung, bitte.
- Wo ist der Bahnhof?
- Kann ich mit Karte bezahlen?
- Wann fährt der nächste Zug?
- Ich spreche nur ein bisschen Deutsch.
Samenvatting
Voor reizen in Duitsland, Oostenrijk of Zwitserland heb je geen perfecte grammatica nodig. Een paar vaste Duitse zinnen helpen al enorm.
Onthoud vooral deze zinnen:
Ich habe eine Reservierung.
Ik heb een reservering.
Ich hätte gern einen Kaffee.
Ik wil graag een koffie.
Die Rechnung, bitte.
De rekening, alstublieft.
Wo ist der Bahnhof?
Waar is het station?
Wann fährt der nächste Zug?
Wanneer vertrekt de volgende trein?
Können Sie bitte langsamer sprechen?
Kunt u alstublieft langzamer spreken?
Gebruik in hotels, restaurants en bij onbekenden meestal Sie. Voeg vaak bitte toe om vriendelijker te klinken. Zo kun je met eenvoudige zinnen veel praktische situaties tijdens je reis oplossen.