Duits op het werk: op het werk: praktische woorden en zinnen voor Nederlandstaligen
Leer praktische Duitse woorden en zinnen voor op het werk, met voorbeelden voor e-mails, vergaderingen, collega’s, afspraken en professionele gesprekken.
Als je Duits nodig hebt op het werk, hoef je niet meteen ingewikkelde grammatica te beheersen. Veel situaties komen steeds terug: jezelf voorstellen, een afspraak maken, een e-mail beantwoorden, iets vragen aan een collega of deelnemen aan een vergadering. Met vaste zinnen kun je sneller en zekerder communiceren.
Voor Nederlandstaligen is zakelijk Duits goed te leren, omdat veel woorden herkenbaar zijn. Toch is het belangrijk om goed te letten op beleefdheid, Sie-vormen en duidelijke formuleringen. In een werkomgeving klinkt te direct Duits soms onvriendelijk, ook als je grammatica klopt.
In dit artikel leer je praktische Duitse woorden en zinnen die je direct op het werk kunt gebruiken.
Jezelf voorstellen op het werk
Als je nieuwe collega’s, klanten of zakelijke contacten ontmoet, begin je vaak met een korte introductie.
Guten Morgen, ich heiße Mark.
Goedemorgen, ik heet Mark.
Ich bin neu im Team.
Ik ben nieuw in het team.
Ich arbeite im Marketing.
Ik werk op marketing.
Ich arbeite als Projektmanager.
Ik werk als projectmanager.
Ich bin für den Kundenservice zuständig.
Ik ben verantwoordelijk voor de klantenservice.
Freut mich, Sie kennenzulernen.
Aangenaam kennis met u te maken.
In formele situaties gebruik je meestal Sie. Tegen directe collega’s kan du normaal zijn, maar dat hangt af van het bedrijf.
Handige vraag:
Darf ich mich kurz vorstellen?
Mag ik mezelf kort voorstellen?
Collega’s aanspreken
Op het werk is het belangrijk om de juiste toon te kiezen. In veel Duitse bedrijven begint men formeel met Sie, vooral bij klanten, leidinggevenden of onbekenden.
Formeel:
Können Sie mir bitte helfen?
Kunt u mij alstublieft helpen?
Informeel:
Kannst du mir bitte helfen?
Kun je mij alsjeblieft helpen?
Formeel:
Haben Sie einen Moment Zeit?
Heeft u even tijd?
Informeel:
Hast du kurz Zeit?
Heb je heel even tijd?
Als je twijfelt, is Sie meestal de veilige keuze. Later kan iemand voorstellen om du te gebruiken.
Voorbeeld:
Wir können uns gern duzen.
We kunnen elkaar gerust met “du” aanspreken.
Belangrijke woorden op kantoor
Deze woorden kom je vaak tegen in een Duitse werkomgeving.
der Arbeitsplatz
de werkplek
das Büro
het kantoor
die Besprechung
de bespreking / vergadering
der Termin
de afspraak
die Aufgabe
de taak
das Projekt
het project
die Datei
het bestand
die E-Mail
de e-mail
die Rückmeldung
de reactie / feedback
die Frist
de deadline
der Kunde
de klant
die Kollegin / der Kollege
de collega
Vooral Termin, Rückmeldung en Frist zijn handig. Ze worden veel gebruikt in zakelijke e-mails en gesprekken.
Vragen stellen aan collega’s
Op het werk moet je vaak iets vragen: informatie, hulp, uitleg of bevestiging. Deze zinnen zijn veilig en natuurlijk.
Ich habe eine Frage.
Ik heb een vraag.
Ich habe eine Frage zu diesem Projekt.
Ik heb een vraag over dit project.
Könnten Sie das bitte erklären?
Kunt u dat alstublieft uitleggen?
Könnten Sie das bitte wiederholen?
Kunt u dat alstublieft herhalen?
Was bedeutet das genau?
Wat betekent dat precies?
Können Sie mir die Datei schicken?
Kunt u mij het bestand sturen?
Bis wann brauchen Sie das?
Voor wanneer heeft u dat nodig?
Informeler tegen collega’s:
Kannst du mir die Datei schicken?
Kun je mij het bestand sturen?
Weißt du, bis wann das fertig sein muss?
Weet jij wanneer dit klaar moet zijn?
Afspraken maken en wijzigen
Afspraken zijn een groot deel van zakelijk Duits. Het woord Termin betekent afspraak, niet alleen “termijn”.
Können wir einen Termin vereinbaren?
Kunnen we een afspraak maken?
Wann passt es Ihnen?
Wanneer komt het u uit?
Passt Ihnen Montag um zehn Uhr?
Komt maandag om tien uur u uit?
Ich habe um 14 Uhr einen Termin.
Ik heb om 14 uur een afspraak.
Der Termin wurde verschoben.
De afspraak is verplaatst.
Könnten wir den Termin verschieben?
Zouden we de afspraak kunnen verplaatsen?
Ich muss den Termin leider absagen.
Ik moet de afspraak helaas annuleren.
Let op het woord leider. Dat betekent helaas en maakt een zin beleefder als je slecht nieuws brengt.
In een vergadering
In vergaderingen hoef je niet alles perfect te zeggen. Belangrijk is dat je duidelijk kunt aangeven dat je iets wilt vragen, toevoegen of niet helemaal begrijpt.
Ich möchte kurz etwas sagen.
Ik wil kort iets zeggen.
Ich habe dazu eine Frage.
Ik heb daar een vraag over.
Können Sie das bitte genauer erklären?
Kunt u dat alstublieft nauwkeuriger uitleggen?
Ich verstehe den Punkt nicht ganz.
Ik begrijp het punt niet helemaal.
Ich stimme Ihnen zu.
Ik ben het met u eens.
Ich bin anderer Meinung.
Ik ben het er niet mee eens.
Das ist ein wichtiger Punkt.
Dat is een belangrijk punt.
Können wir das später besprechen?
Kunnen we dat later bespreken?
Voor beginners is vooral deze zin handig:
Ich verstehe das nicht ganz.
Ik begrijp dat niet helemaal.
Die klinkt netjes en professioneel.
Zakelijke e-mails in het Duits
In Duitse e-mails begin je vaak formeel. Gebruik bij onbekende personen of klanten liever Sie.
Formele aanhef:
Sehr geehrte Damen und Herren,
Geachte dames en heren,
Sehr geehrter Herr Müller,
Geachte heer Müller,
Sehr geehrte Frau Schneider,
Geachte mevrouw Schneider,
Iets minder formeel:
Guten Tag Herr Müller,
Goedendag heer Müller,
Guten Tag Frau Schneider,
Goedendag mevrouw Schneider,
Handige zinnen:
Vielen Dank für Ihre E-Mail.
Hartelijk dank voor uw e-mail.
Ich habe Ihre Nachricht erhalten.
Ik heb uw bericht ontvangen.
Im Anhang finden Sie die Datei.
In de bijlage vindt u het bestand.
Ich freue mich auf Ihre Rückmeldung.
Ik zie uw reactie graag tegemoet.
Bei Fragen stehe ich Ihnen gern zur Verfügung.
Bij vragen sta ik graag tot uw beschikking.
Afsluiting:
Mit freundlichen Grüßen
Met vriendelijke groet
Zeggen dat iets niet lukt
Op het werk moet je soms aangeven dat iets niet kan, vertraagd is of meer tijd nodig heeft. Doe dat duidelijk, maar beleefd.
Das ist leider nicht möglich.
Dat is helaas niet mogelijk.
Ich brauche noch etwas Zeit.
Ik heb nog wat tijd nodig.
Die Aufgabe ist noch nicht fertig.
De taak is nog niet klaar.
Ich schicke es Ihnen morgen.
Ik stuur het u morgen.
Es gibt ein kleines Problem.
Er is een klein probleem.
Ich melde mich später noch einmal.
Ik neem later nog een keer contact op.
Vielen Dank für Ihr Verständnis.
Bedankt voor uw begrip.
Deze zinnen zijn nuttig omdat ze professioneel klinken zonder te ingewikkeld te zijn.
Thuiswerken en werktijden
Thuiswerken is ook in het Duits heel normaal geworden. Deze zinnen kun je gebruiken bij planning en beschikbaarheid.
Ich arbeite heute im Homeoffice.
Ik werk vandaag thuis.
Ich bin heute nicht im Büro.
Ik ben vandaag niet op kantoor.
Ich bin ab 9 Uhr erreichbar.
Ik ben vanaf 9 uur bereikbaar.
Ich bin bis 17 Uhr erreichbar.
Ik ben tot 17 uur bereikbaar.
Ich mache eine kurze Pause.
Ik neem een korte pauze.
Ich bin morgen wieder da.
Ik ben er morgen weer.
Ich bin heute krank.
Ik ben vandaag ziek.
Voor formele communicatie kun je zeggen:
Ich bin heute leider krank und nicht erreichbar.
Ik ben vandaag helaas ziek en niet bereikbaar.
Veelgemaakte fouten
Een veelgemaakte fout is te direct schrijven of spreken.
Minder netjes:
Schick mir die Datei.
Beter:
Könnten Sie mir bitte die Datei schicken?
Kunt u mij alstublieft het bestand sturen?
Een andere fout is Termin verkeerd begrijpen. Termin betekent meestal afspraak.
Ich habe einen Termin.
Ik heb een afspraak.
Niet: ik heb een termijn.
Ook gebruiken beginners soms du waar Sie beter is.
Te informeel bij een klant:
Kannst du mir helfen?
Beter:
Können Sie mir bitte helfen?
Kunt u mij alstublieft helpen?
Bij twijfel: kies in zakelijke situaties voor Sie.
Praktische oefening
Vertaal de zinnen naar het Duits.
- Ik heb een vraag.
- Kunt u mij het bestand sturen?
- Wanneer komt het u uit?
- Ik werk vandaag thuis.
- De afspraak is verplaatst.
- Bedankt voor uw reactie.
Antwoorden:
- Ich habe eine Frage.
- Können Sie mir die Datei schicken?
- Wann passt es Ihnen?
- Ich arbeite heute im Homeoffice.
- Der Termin wurde verschoben.
- Vielen Dank für Ihre Rückmeldung.
Samenvatting
Duits op het werk draait vooral om duidelijke zinnen, beleefdheid en het juiste gebruik van Sie. Je hoeft niet ingewikkeld te spreken om professioneel over te komen.
Onthoud vooral deze zinnen:
Können Sie mir bitte helfen?
Kunt u mij alstublieft helpen?
Ich habe eine Frage zu diesem Projekt.
Ik heb een vraag over dit project.
Können wir einen Termin vereinbaren?
Kunnen we een afspraak maken?
Im Anhang finden Sie die Datei.
In de bijlage vindt u het bestand.
Ich freue mich auf Ihre Rückmeldung.
Ik zie uw reactie graag tegemoet.
Met deze woorden en zinnen kun je veel dagelijkse werksituaties in het Duits aan: e-mails, vergaderingen, afspraken, vragen aan collega’s en professionele gesprekken met klanten.