Duitse toekomst met werden: plannen en voorspellingen correct uitdrukken

Leer hoe je de Duitse toekomst met werden gebruikt om plannen, voorspellingen en verwachtingen correct uit te drukken, met duidelijke voorbeelden voor beginners.

Als je Duits leert, wil je niet alleen over vandaag of gisteren praten. Je wilt ook kunnen zeggen wat je morgen gaat doen, wat er later zal gebeuren of wat je verwacht. Daarvoor gebruik je in het Duits vaak het werkwoord werden.

De Duitse toekomst heet Futur I. Deze vorm lijkt een beetje op het Nederlandse zullen, maar Duitsers gebruiken hem niet altijd op dezelfde manier. In veel dagelijkse situaties gebruiken ze gewoon de tegenwoordige tijd met een tijdsaanduiding, zoals morgen, nächste Woche of bald.

In dit artikel leer je wanneer je werden gebruikt, hoe je de zin opbouwt en welke fouten je makkelijk kunt voorkomen.

Wat betekent werden?

Het werkwoord werden kan meerdere betekenissen hebben. Dat maakt het voor beginners soms verwarrend.

De belangrijkste betekenissen zijn:

worden
zullen
hulpwerkwoord voor de toekomst

Voorbeelden:

Ich werde müde.
Ik word moe.

Ich werde morgen lernen.
Ik zal morgen leren.

In de eerste zin betekent werde letterlijk word. In de tweede zin helpt werde om de toekomst te maken.

De context bepaalt dus de betekenis.

Hoe maak je de Duitse toekomst?

De Duitse toekomst maak je met:

werden + infinitief

Het vervoegde werkwoord werden staat op de tweede plek. De infinitief staat aan het einde van de zin.

Voorbeeld:

Ich werde morgen Deutsch lernen.
Ik zal morgen Duits leren.

Hier is werde het vervoegde hulpwerkwoord. Lernen staat als infinitief aan het einde.

Nog meer voorbeelden:

Sie wird später kommen.
Zij zal later komen.

Wir werden nächste Woche reisen.
Wij zullen volgende week reizen.

Er wird das Problem lösen.
Hij zal het probleem oplossen.

Du wirst bald besser sprechen.
Jij zult binnenkort beter spreken.

De basisregel is dus heel duidelijk: werden op plek twee, infinitief achteraan.

De vervoeging van werden

Je moet werden goed kunnen vervoegen, omdat je het vaak nodig hebt.

ich werde
ik zal / ik word

du wirst
jij zult / jij wordt

er/sie/es wird
hij/zij/het zal / wordt

wir werden
wij zullen / worden

ihr werdet
jullie zullen / worden

sie/Sie werden
zij/u zullen / worden

Voorbeelden:

Ich werde Deutsch lernen.
Ik zal Duits leren.

Du wirst viel üben.
Jij zult veel oefenen.

Sie wird morgen anrufen.
Zij zal morgen bellen.

Wir werden pünktlich sein.
Wij zullen op tijd zijn.

Let vooral op de vormen du wirst en er/sie/es wird. Die zijn onregelmatig en komen vaak voor.

Toekomst met tegenwoordige tijd

In het Duits gebruik je vaak de tegenwoordige tijd om over de toekomst te praten. Dat gebeurt vooral als er al een duidelijk tijdwoord in de zin staat.

Voorbeelden:

Ich fahre morgen nach Berlin.
Ik ga morgen naar Berlijn.

Wir treffen uns nächste Woche.
Wij spreken volgende week af.

Sie kommt heute Abend.
Zij komt vanavond.

Deze zinnen zijn gewoon correct, ook al staan ze grammaticaal in de tegenwoordige tijd. Door woorden zoals morgen, nächste Woche en heute Abend begrijpt iedereen dat het over de toekomst gaat.

Dit lijkt op het Nederlands:

Ik ga morgen werken.
Wij spreken volgende week af.

Je hoeft dus niet altijd werden te gebruiken.

Wanneer gebruik je Futur I met werden?

Je gebruikt werden + infinitief vooral in deze situaties:

1. Bij voorspellingen

Als je denkt dat iets zal gebeuren.

Es wird morgen regnen.
Het zal morgen regenen.

Die Preise werden steigen.
De prijzen zullen stijgen.

Das wird schwierig werden.
Dat zal moeilijk worden.

2. Bij verwachtingen of aannames

Als je iets verwacht, maar niet helemaal zeker weet.

Er wird jetzt zu Hause sein.
Hij zal nu thuis zijn.

Sie wird das schon wissen.
Zij zal dat wel weten.

Das wird kein Problem sein.
Dat zal geen probleem zijn.

3. Bij formele of duidelijke plannen

In geschreven taal, nieuws, officiële berichten of duidelijke aankondigingen klinkt werden vaak natuurlijk.

Der Kurs wird im September beginnen.
De cursus zal in september beginnen.

Die Schule wird neue Regeln einführen.
De school zal nieuwe regels invoeren.

Wir werden Sie bald informieren.
Wij zullen u binnenkort informeren.

In gewone spreektaal zou je vaak ook de tegenwoordige tijd kunnen gebruiken.

Werden met modale werkwoorden

Als je werden combineert met een modaal werkwoord, komen er vaak twee infinitieven aan het einde.

Voorbeelden:

Ich werde morgen arbeiten müssen.
Ik zal morgen moeten werken.

Sie wird bald Deutsch sprechen können.
Zij zal binnenkort Duits kunnen spreken.

Wir werden früher gehen wollen.
Wij zullen eerder willen gaan.

Dit ziet er lang uit, maar de structuur is logisch:

werden + infinitief + modaal werkwoord

Voor beginners is het genoeg om eerst eenvoudige zinnen met één infinitief goed te leren.

Eenvoudiger:

Ich werde morgen arbeiten.
Ik zal morgen werken.

Sie wird Deutsch lernen.
Zij zal Duits leren.

Vragen met werden

Bij ja/nee-vragen staat werden vooraan.

Voorbeelden:

Wirst du morgen kommen?
Zul je morgen komen?

Wird es heute regnen?
Zal het vandaag regenen?

Werden wir pünktlich ankommen?
Zullen wij op tijd aankomen?

Bij vragen met een vraagwoord staat het vraagwoord eerst, daarna werden.

Voorbeelden:

Wann wirst du anrufen?
Wanneer zul je bellen?

Was werdet ihr machen?
Wat zullen jullie doen?

Wo wird der Kurs stattfinden?
Waar zal de cursus plaatsvinden?

Ook in vragen blijft de infinitief meestal aan het einde staan.

Ontkenning in de toekomst

Bij ontkenning gebruik je meestal nicht of kein, net als in andere tijden.

Voorbeelden met nicht:

Ich werde morgen nicht kommen.
Ik zal morgen niet komen.

Sie wird das nicht verstehen.
Zij zal dat niet begrijpen.

Wir werden heute nicht arbeiten.
Wij zullen vandaag niet werken.

Voorbeelden met kein:

Ich werde keine Zeit haben.
Ik zal geen tijd hebben.

Er wird kein Auto kaufen.
Hij zal geen auto kopen.

Wir werden keine Probleme haben.
Wij zullen geen problemen hebben.

De infinitief blijft aan het einde:

Ich werde keine Zeit haben.

Niet:

Ich werde haben keine Zeit.

Veelgemaakte fouten

Een veelgemaakte fout is de infinitief direct na werden zetten.

Niet goed:

Ich werde lernen morgen Deutsch.

Goed:

Ich werde morgen Deutsch lernen.
Ik zal morgen Duits leren.

Een andere fout is werden overal gebruiken, ook waar de tegenwoordige tijd natuurlijker klinkt.

Grammaticaal mogelijk:

Ich werde morgen nach Berlin fahren.

Vaak natuurlijker in spreektaal:

Ich fahre morgen nach Berlin.
Ik ga morgen naar Berlijn.

Ook de vervoeging gaat soms mis.

Niet goed:

Du werdest morgen kommen.

Goed:

Du wirst morgen kommen.
Jij zult morgen komen.

Niet goed:

Er werde später anrufen.

Goed:

Er wird später anrufen.
Hij zal later bellen.

Praktische oefening

Maak de zin met de juiste vorm van werden.

  1. Ich ___ morgen lernen.
  2. Du ___ bald besser sprechen.
  3. Sie ___ später kommen.
  4. Wir ___ nächste Woche reisen.
  5. Ihr ___ das verstehen.
  6. Es ___ heute regnen.

Antwoorden:

  1. werde
  2. wirst
  3. wird
  4. werden
  5. werdet
  6. wird

Samenvatting

De Duitse toekomst maak je met werden + infinitief.

Voorbeeld:

Ich werde Deutsch lernen.
Ik zal Duits leren.

De vervoegde vorm van werden staat op de tweede plek. De infinitief staat aan het einde.

Belangrijke vormen zijn:

ich werde
du wirst
er/sie/es wird
wir werden
ihr werdet
sie/Sie werden

Gebruik werden vooral bij voorspellingen, verwachtingen, aannames en formele aankondigingen.

Voor dagelijkse plannen gebruiken Duitsers vaak gewoon de tegenwoordige tijd met een tijdwoord:

Ich fahre morgen nach Berlin.
Ik ga morgen naar Berlijn.

Als je dit verschil begrijpt, klink je veel natuurlijker in het Duits. Je weet dan wanneer je werden nodig hebt en wanneer een simpele tegenwoordige tijd beter past.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *