Vergrotende en overtreffende trap in het Duits: groter, beter en het best
Leer hoe je de vergrotende en overtreffende trap in het Duits gebruikt, met duidelijke regels, veelvoorkomende uitzonderingen en praktische voorbeelden.
Als je Duits leert, wil je al snel dingen kunnen vergelijken. Je wilt zeggen dat iets groter, beter, sneller, duurder of het mooist is. Daarvoor gebruik je de vergrotende trap en de overtreffende trap.
In het Nederlands zeg je bijvoorbeeld: groot, groter, grootst. In het Duits werkt dat ongeveer hetzelfde: groß, größer, am größten. Toch zijn er een paar belangrijke verschillen, vooral bij de uitgang, de umlaut en het gebruik van als en wie.
In dit artikel leer je stap voor stap hoe je Duitse vergelijkingen correct maakt.
Wat is de vergrotende trap?
De vergrotende trap gebruik je als je twee dingen met elkaar vergelijkt.
Voorbeelden in het Nederlands:
groter dan
sneller dan
duurder dan
beter dan
In het Duits maak je de vergrotende trap meestal met -er.
Voorbeelden:
klein → kleiner
klein → kleiner
schnell → schneller
snel → sneller
billig → billiger
goedkoop → goedkoper
teuer → teurer
duur → duurder
Voorbeeldzinnen:
Mein Auto ist schneller als dein Auto.
Mijn auto is sneller dan jouw auto.
Diese Tasche ist billiger als die andere.
Deze tas is goedkoper dan de andere.
Deutsch ist für mich einfacher als Französisch.
Duits is voor mij makkelijker dan Frans.
Let op: in het Duits gebruik je bij een verschil meestal als.
Als betekent “dan”
Bij vergelijkingen met verschil gebruik je in het Duits als. Dat is belangrijk, want Nederlandstaligen willen soms automatisch wie gebruiken.
Goed:
Berlin ist größer als Amsterdam.
Berlijn is groter dan Amsterdam.
Der Zug ist schneller als der Bus.
De trein is sneller dan de bus.
Dieses Buch ist interessanter als der Film.
Dit boek is interessanter dan de film.
Niet goed:
Berlin ist größer wie Amsterdam.
In standaard Duits is größer als correct.
Wanneer gebruik je wie?
Je gebruikt wie als twee dingen gelijk zijn. In het Nederlands vertaal je dat met even … als of zo … als.
Voorbeelden:
Ich bin so groß wie mein Bruder.
Ik ben even lang als mijn broer.
Diese Aufgabe ist so leicht wie die erste Aufgabe.
Deze opdracht is even makkelijk als de eerste opdracht.
Er spricht so schnell wie sie.
Hij spreekt net zo snel als zij.
Handige regel:
groter dan = größer als
even groot als = so groß wie
Voor beginners is dit een van de belangrijkste verschillen om te onthouden.
Wat is de overtreffende trap?
De overtreffende trap gebruik je als iets het meest is van een groep. In het Nederlands zeg je: grootst, snelst, mooist, best.
In het Duits gebruik je vaak am … -sten als het bijvoeglijk naamwoord niet direct vóór een zelfstandig naamwoord staat.
Voorbeelden:
schnell → am schnellsten
snel → het snelst
klein → am kleinsten
klein → het kleinst
billig → am billigsten
goedkoop → het goedkoopst
interessant → am interessantesten
interessant → het interessantst
Voorbeeldzinnen:
Dieser Zug ist am schnellsten.
Deze trein is het snelst.
Deutsch finde ich am interessantesten.
Duits vind ik het interessantst.
Dieses Hotel ist am billigsten.
Dit hotel is het goedkoopst.
Deze vorm is heel gebruikelijk in dagelijkse gesprekken.
Overtreffende trap vóór een zelfstandig naamwoord
Als de overtreffende trap vóór een zelfstandig naamwoord staat, gebruik je meestal der/die/das … -ste met een uitgang.
Voorbeelden:
der schnellste Zug
de snelste trein
die schönste Stadt
de mooiste stad
das beste Angebot
de beste aanbieding
die wichtigsten Regeln
de belangrijkste regels
In zinnen:
Das ist der schnellste Zug.
Dat is de snelste trein.
Hamburg ist nicht die größte Stadt Deutschlands.
Hamburg is niet de grootste stad van Duitsland.
Das ist das beste Beispiel.
Dat is het beste voorbeeld.
Hier moet je dus letten op het lidwoord en het zelfstandig naamwoord.
Bijvoeglijke naamwoorden met umlaut
Sommige korte Duitse bijvoeglijke naamwoorden krijgen een umlaut in de vergrotende en overtreffende trap.
Voorbeelden:
groß → größer → am größten
groot → groter → het grootst
alt → älter → am ältesten
oud → ouder → het oudst
jung → jünger → am jüngsten
jong → jonger → het jongst
kalt → kälter → am kältesten
koud → kouder → het koudst
warm → wärmer → am wärmsten
warm → warmer → het warmst
Voorbeeldzinnen:
Mein Bruder ist älter als ich.
Mijn broer is ouder dan ik.
Heute ist es kälter als gestern.
Vandaag is het kouder dan gisteren.
Dieses Zimmer ist wärmer als die Küche.
Deze kamer is warmer dan de keuken.
Niet elk woord krijgt een umlaut, dus je moet de meest gebruikte vormen apart leren.
Belangrijke onregelmatige vormen
Net als in het Nederlands zijn er een paar belangrijke uitzonderingen. Deze komen vaak voor, dus leer ze goed.
gut → besser → am besten
goed → beter → het best
viel → mehr → am meisten
veel → meer → het meest
gern → lieber → am liebsten
graag → liever → het liefst
hoch → höher → am höchsten
hoog → hoger → het hoogst
nah → näher → am nächsten
dichtbij → dichterbij → het dichtstbij / volgende
Voorbeelden:
Deutsch ist besser als ich dachte.
Duits is beter dan ik dacht.
Ich trinke lieber Tee als Kaffee.
Ik drink liever thee dan koffie.
Sie hat am meisten gelernt.
Zij heeft het meest geleerd.
Der Berg ist höher als der andere.
De berg is hoger dan de andere.
Let op bij gern. Je zegt niet gewoon gerner, maar lieber.
Voorbeeld:
Ich esse lieber Pizza als Pasta.
Ik eet liever pizza dan pasta.
Vergelijken met zelfstandig naamwoord
Als de vergrotende trap vóór een zelfstandig naamwoord staat, krijgt het bijvoeglijk naamwoord ook een uitgang.
Voorbeelden:
ein schneller Zug
een snelle trein
ein schnellerer Zug
een snellere trein
der schnellere Zug
de snellere trein
Nog meer voorbeelden:
eine schöne Stadt
een mooie stad
eine schönere Stadt
een mooiere stad
das kleine Haus
het kleine huis
das kleinere Haus
het kleinere huis
In zinnen:
Ich suche eine billigere Wohnung.
Ik zoek een goedkopere woning.
Wir brauchen einen größeren Tisch.
Wij hebben een grotere tafel nodig.
Sie kauft ein besseres Handy.
Zij koopt een betere telefoon.
Hier zie je dat de vergrotende trap ook nog verbogen kan worden. Dat lijkt lastig, maar je kunt het stap voor stap leren.
Veelgemaakte fouten
Een veelgemaakte fout is wie gebruiken waar als nodig is.
Niet goed:
Mein Auto ist schneller wie dein Auto.
Goed:
Mein Auto ist schneller als dein Auto.
Mijn auto is sneller dan jouw auto.
Een andere fout is de umlaut vergeten.
Niet goed:
Berlin ist grosser als Bonn.
Goed:
Berlin ist größer als Bonn.
Berlijn is groter dan Bonn.
Ook bij onregelmatige vormen gaat het vaak mis.
Niet goed:
Das ist guter als das andere.
Goed:
Das ist besser als das andere.
Dat is beter dan het andere.
En bij gern:
Niet goed:
Ich trinke gerner Kaffee.
Goed:
Ich trinke lieber Kaffee.
Ik drink liever koffie.
Praktische oefening
Kies de juiste vorm.
- Berlin ist ___ als Utrecht.
Woord: groß - Dieses Buch ist ___ als der Film.
Woord: interessant - Ich trinke ___ Tee als Kaffee.
Woord: gern - Das ist das ___ Angebot.
Woord: gut - Heute ist es ___ als gestern.
Woord: kalt - Dieser Zug ist am ___.
Woord: schnell
Antwoorden:
- größer
- interessanter
- lieber
- beste
- kälter
- schnellsten
Samenvatting
De Duitse vergrotende trap maak je meestal met -er.
Voorbeelden:
schnell → schneller
snel → sneller
billig → billiger
goedkoop → goedkoper
interessant → interessanter
interessant → interessanter
Bij een verschil gebruik je als:
Der Zug ist schneller als der Bus.
De trein is sneller dan de bus.
Bij gelijkheid gebruik je wie:
Der Zug ist so schnell wie der Bus.
De trein is even snel als de bus.
De overtreffende trap maak je vaak met am … -sten:
schnell → am schnellsten
snel → het snelst
schön → am schönsten
mooi → het mooist
Onthoud vooral de belangrijke uitzonderingen:
gut → besser → am besten
viel → mehr → am meisten
gern → lieber → am liebsten
Als je deze vormen goed kent, kun je in het Duits veel natuurlijker vergelijken. Je kunt zeggen wat beter, groter, sneller, goedkoper of het belangrijkst is, en dat heb je in bijna elk gesprek nodig.